Een klant kan commercieel aantrekkelijk zijn en financieel toch onnodig veel geld kosten. Dat klinkt tegenstrijdig. Zeker wanneer die klant een hoge omzet realiseert, een goede brutomarge oplevert en uiteindelijk iedere factuur gewoon betaalt. Op de resultatenrekening lijkt er dan weinig aan de hand. De omzet staat geboekt, de marge is gerealiseerd en van een daadwerkelijk kredietverlies is geen sprake.
Toch kan structureel te laat betalen een aanzienlijke hoeveelheid kapitaal aan een onderneming onttrekken. Dat effect is gemakkelijk te onderschatten. Een korting van één procent is voor vrijwel iedere verkoper direct zichtbaar. Op €1 miljoen omzet betekent dat €10.000 minder opbrengst. Een klant die dertig dagen extra neemt om dezelfde €1 miljoen te betalen, krijgt eveneens iets van waarde, maar die waarde staat nergens als korting op de offerte.
De leverancier financiert de klant. Wanneer dat niet bewust gebeurt, ontstaat een vreemde situatie: een onderneming onderhandelt scherp over prijzen, marges en kosten, maar verstrekt ondertussen gratis krediet zonder precies te weten wat daarvan de financiële consequentie is.
Een aantrekkelijke klant van Delta Trading
Delta Trading B.V. is dezelfde fictieve handelsorganisatie die ook in de eerdere analyse over groei en werkkapitaal werd gebruikt. In plaats van opnieuw naar de volledige onderneming te kijken, wordt ingezoomd op één grote zakelijke klant binnen de bestaande portefeuille.
De klant realiseert jaarlijks €1 miljoen omzet bij Delta Trading. De brutomarge bedraagt 25 procent, waardoor ongeveer €250.000 brutowinst wordt gegenereerd. Commercieel is het daarmee zonder twijfel een belangrijke relatie. De afgesproken betaaltermijn bedraagt dertig dagen. In werkelijkheid betaalt de klant gemiddeld na zestig dagen.
Daarmee ontstaat een verschil van dertig dagen tussen de commerciële afspraak en de feitelijke geldstroom.
Tabel 1 · Uitgangspunten van de fictieve klantcase
| Kengetal | Situatie |
|---|---|
| Jaaromzet klant | €1.000.000 |
| Brutowinst | €250.000 |
| Brutomarge | 25% |
| Afgesproken betaaltermijn | 30 dagen |
| Werkelijke betaling | 60 dagen |
| Structurele overschrijding | 30 dagen |
| Financieringsrente | 5% |
| Economische kapitaalkosten | 10% |
Dertig dagen te laat is geen administratief detail
Bij €1 miljoen omzet bedraagt de gemiddelde omzet per kalenderdag ongeveer €2.740. Wanneer de klant structureel dertig dagen later betaalt, staat daardoor gemiddeld circa €82.000 extra in debiteuren. Dat bedrag is niet verdwenen en het is ook geen jaarlijkse kostenpost. De klant betaalt uiteindelijk immers alsnog. Maar zolang het bedrag openstaat, kan Delta Trading het niet ergens anders inzetten.
De €82.000 extra debiteurenpositie krijgt pas betekenis wanneer een prijs aan het gebruikte kapitaal wordt gekoppeld. Stel dat Delta Trading aanvullend werkkapitaal tegen 5 procent kan financieren. Dan vertegenwoordigt het betaalgedrag van deze ene klant ongeveer €4.100 aan jaarlijkse financieringskosten.
Wanneer breder wordt gekeken naar de economische kosten van kapitaal en een interne vermogenskost van 10 procent wordt gehanteerd, vertegenwoordigt hetzelfde kapitaalbeslag ongeveer €8.200 per jaar. Die bedragen mogen niet bij elkaar worden opgeteld. Het zijn twee verschillende manieren om dezelfde €82.000 te waarderen. De eerste kijkt naar de directe financieringslast. De tweede kijkt naar het rendement dat een onderneming verlangt van kapitaal dat binnen de organisatie wordt ingezet.
Tabel 2 · Financiële impact van de werkelijke betaaltermijn
| Werkelijke betaling | Extra dagen | Extra kapitaal vast | Kosten @ 5% | Kapitaalkosten @ 10% |
|---|---|---|---|---|
| 30 dagen | 0 | €0 | €0 | €0 |
| 45 dagen | 15 | €41.096 | €2.055 | €4.110 |
| 60 dagen | 30 | €82.192 | €4.110 | €8.219 |
| 75 dagen | 45 | €123.288 | €6.164 | €12.329 |
| 90 dagen | 60 | €164.384 | €8.219 | €16.438 |

Winstgevendheid maakt verspilling niet acceptabel
Daar ontstaat een voor de hand liggende tegenwerping. De klant levert €250.000 brutowinst op. Zelfs wanneer €4.100 aan directe financieringskosten wordt toegerekend, resteert nog altijd een zeer aantrekkelijke bijdrage. Waarom zou Finance dan moeilijk doen over dertig dagen?
Omdat daarmee twee verschillende vragen door elkaar worden gehaald. De eerste vraag is of de klant winstgevend is. De tweede vraag is of de extra financieringskosten noodzakelijk zijn.
Dat een klant na aftrek van de financieringskosten nog steeds zeer winstgevend is, betekent niet automatisch dat die kosten rationeel zijn. Wanneer €4.100 ieder jaar vermijdbaar is en daar geen commerciële tegenprestatie tegenover staat, wordt simpelweg waarde weggegeven. Dat bedrag had beschikbaar kunnen zijn voor extra voorraad, investeringen, schuldafbouw, automatisering of groei.
Eerst begrijpen waarom de betaling te laat komt
Bij tien vergelijkbare klanten die ieder gemiddeld dertig dagen te laat betalen, staat ongeveer €822.000 extra in debiteuren. Bij 5 procent financieringskosten vertegenwoordigt dat ruim €41.000 per jaar. Bij 10 procent economische kapitaalkosten is dat ruim €82.000. Juist daarom hoort een financieel verantwoordelijke niet alleen te kijken naar de uiteindelijke winstgevendheid van de klant, maar ook naar de vraag of vermijdbaar kapitaalbeslag ongemerkt normaal gedrag is geworden.
Dat betekent niet dat iedere vervallen factuur direct een incassoprobleem is. Een factuur kan om heel verschillende redenen later worden betaald. Een grote klant kan bijvoorbeeld slechts één of twee vaste betaalruns per maand uitvoeren. Daardoor kan een factuur die net na zo’n betaalmoment binnenkomt automatisch aanzienlijk langer openstaan.
Een andere klant accepteert facturen uitsluitend wanneer een correct inkoopnummer is opgenomen. Als dat nummer ontbreekt, kan een factuur weken blijven hangen voordat het administratieve proces is hersteld. Ook prijsverschillen, ontbrekende afleverdocumentatie of een dispuut over de levering kunnen betaling vertragen.
Die situaties moeten niet allemaal onder dezelfde noemer worden geplaatst. Wanneer de eigen organisatie verkeerd factureert, een purchase order niet tijdig opvraagt, een dispuut weken laat liggen of überhaupt te laat factureert, is sprake van een intern procesprobleem. Dat hoort niet ten laste van de klant te worden gebracht.
Maar zodra een factuur correct is, volledig is geaccepteerd, de overeengekomen termijn is verstreken en de klant desondanks niet betaalt, verandert de situatie. Dan is sprake van daadwerkelijk late payment. En dat is wel degelijk toe te rekenen aan het betaalgedrag van de klant.

Grote klanten spelen volgens andere spelregels
Bij grote zakelijke klanten ontstaat vaak een extra dimensie: onderhandelingsmacht. Een groot bedrijf kan commerciële voorwaarden afdwingen die een kleinere leverancier moeilijk kan weigeren. Soms gebeurt dat expliciet tijdens onderhandelingen. Soms ontstaat in de praktijk simpelweg een situatie waarin de klant structureel later betaalt dan overeengekomen.
Dat hoeft niet voort te komen uit financiële problemen. Een kredietwaardige onderneming kan uitstekend in staat zijn binnen dertig dagen te betalen en er toch voor kiezen leveranciers later te betalen. Vanuit het perspectief van de klant kan dat rationeel zijn: hoe later leveranciers worden betaald, hoe langer de cash binnen de eigen onderneming beschikbaar blijft. Onderzoek van Fabbri en Klapper laat zien dat belangrijke klanten afgesproken betalingstermijnen vaker oprekken en daarmee achterstallige betalingen veroorzaken.
Wat voor de klant goed werkkapitaalmanagement is, kan voor de leverancier precies het tegenovergestelde betekenen. Daarom is het belangrijk om bij structurele overschrijdingen niet alleen herinneringen te versturen, maar daadwerkelijk het gesprek aan te gaan. Waarom betaalt de klant na zestig dagen terwijl dertig dagen is afgesproken?
Voor Nederlandse transacties tussen grote ondernemingen en mkb-leveranciers is die discussie bovendien niet uitsluitend commercieel. De maximale betaaltermijn van grote ondernemingen aan mkb-ondernemingen bedraagt 30 dagen. De Rijksoverheid benadrukte die verplichting in 2026 opnieuw. De juridische positie en de commerciële werkelijkheid kunnen daarmee behoorlijk uit elkaar lopen.
Krediet is een commerciële voorwaarde
Een betalingstermijn zou eigenlijk op dezelfde manier moeten worden behandeld als een korting. Stel dat een klant niet structureel te laat betaalt, maar vooraf expliciet vraagt om zestig dagen in plaats van dertig dagen. Dan is de situatie fundamenteel anders. De klant houdt zich dan gewoon aan de afspraak. Delta Trading besluit alleen bewust om dertig dagen extra krediet beschikbaar te stellen.
Dat kan commercieel uitstekend verdedigbaar zijn. Misschien is de klant anders niet te winnen. Misschien biedt de relatie toegang tot een aantrekkelijke markt. Misschien is er veel groeipotentieel. Of misschien kan Delta Trading aan de leverancierskant dezelfde termijn bedingen, waardoor het grootste deel van het werkkapitaaleffect verdwijnt.
Maar de waarde van die concessie moet wel zichtbaar zijn. Bij €1 miljoen omzet en 5 procent financieringskosten kost dertig dagen extra krediet ongeveer €4.110 per jaar. Omgerekend naar de omzet is dat ongeveer 0,41 procent. Bij een economische kapitaalkost van 10 procent bedraagt die compensatie ongeveer 0,82 procent.
Tabel 3 · Indicatieve prijscompensatie voor extra krediet
| Extra betaaltermijn | Compensatie @ 5% | Compensatie @ 10% |
|---|---|---|
| 15 dagen | 0,21% | 0,41% |
| 30 dagen | 0,41% | 0,82% |
| 45 dagen | 0,62% | 1,23% |
| 60 dagen | 0,82% | 1,64% |
Kredietwaardigheid en betaalgedrag zijn niet hetzelfde
Het doel van zo’n berekening is niet om iedere klant automatisch een opslag te sturen. Het doel is om duidelijk te maken dat een langere betaaltermijn een economische waarde heeft. Sales kan vervolgens bewust besluiten die waarde weg te geven, gedeeltelijk terug te verdienen via de prijs of op een andere manier te compenseren. Dat is wezenlijk anders dan gratis krediet verstrekken omdat niemand ingrijpt.
Een klant die structureel te laat betaalt, hoeft geen slechte kredietwaardigheid te hebben. En een klant die altijd netjes op tijd betaalt, kan alsnog onverwacht failliet gaan. Betaalgedrag en kredietrisico zijn dus twee verschillende dimensies.
Dat verschil wordt nog belangrijker wanneer een onderneming een kredietverzekering gebruikt. Stel dat Delta Trading voor de klant een kredietlimiet van €175.000 heeft en op het moment van een eventueel faillissement €150.000 aan facturen openstaat. Wanneer voor de fictieve case wordt aangenomen dat 90 procent van een gedekte vordering wordt vergoed, zou de potentiële verzekeringsuitkering €135.000 bedragen. Het resterende eigen risico bedraagt dan €15.000.
Zonder verzekering zou de volledige openstaande vordering blootstaan aan verlies. Dat kan een enorm verschil betekenen voor de financiële impact van één faillissement. Maar de aanwezigheid van een kredietlimiet of verzekering verandert niets aan de oorspronkelijke €82.000 die door structureel laat betalen extra vastzit. De klant kan volledig binnen de verzekerde limiet vallen en toch onnodig veel werkkapitaal gebruiken.
Wat lost een kredietverzekering dan wél op?
Kredietverzekering is primair bedoeld om een deel van het risico over te dragen dat een klant uiteindelijk helemaal niet betaalt. Daarbij kan meer worden geleverd dan uitsluitend een uitkering na faillissement. Kredietverzekeraars beschikken over kredietinformatie, monitoren afnemers en kunnen kredietlimieten aanpassen wanneer het risicoprofiel verandert. Ook incassodiensten kunnen onderdeel zijn van de dienstverlening.
De waarde van zo’n verzekering is daarom niet uitsluitend af te lezen aan de historische afboekingen. Stel dat een onderneming vier jaar vrijwel geen kredietverliezen heeft en ieder jaar €30.000 verzekeringspremie betaalt. Achteraf kan het verleidelijk zijn te concluderen dat de verzekering onnodig was. Wanneer in jaar vijf één grote klant failliet gaat met €350.000 exposure, verandert die analyse volledig.
Een kredietverzekering moet daarom niet alleen op gemiddelde historische schade worden beoordeeld. Ook de maximale mogelijke klap en de vraag of de onderneming die zelfstandig kan dragen, zijn belangrijk. Atradius noemt voor veel Nederlandse bedrijven indicatief premies van ongeveer 0,1 tot 0,5 procent van de verzekerde omzet, waarbij de uiteindelijke prijs afhankelijk is van het risicoprofiel.
Verzekeren of actiever debiteurenbeheer?
Daarmee ontstaat een interessante managementvraag. Is het verstandiger om geld uit te geven aan een kredietverzekering of om hetzelfde bedrag te investeren in actiever debiteurenbeheer? Op het eerste gezicht lijkt dat een logische vergelijking. In werkelijkheid worden twee verschillende problemen opgelost.
Professioneel debiteurenbeheer probeert ervoor te zorgen dat correcte facturen zo snel mogelijk worden betaald, afwijkingen zichtbaar worden en de exposure bij probleemklanten niet ongemerkt blijft oplopen. Een kredietverzekering probeert vooral de financiële schade te beperken wanneer een klant uiteindelijk niet kan betalen.
Neem opnieuw Delta Trading. Stel dat de onderneming voor €25.000 per jaar extra capaciteit en tooling kan inzetten voor creditmanagement. Wanneer daardoor over €10 miljoen relevante omzet de gemiddelde betaaltermijn met tien dagen wordt teruggebracht, komt ongeveer €274.000 aan werkkapitaal vrij. Bij 5 procent financieringskosten vertegenwoordigt dat ongeveer €13.700 jaarlijkse financieringsbesparing. Bij 10 procent economische kapitaalkosten vertegenwoordigt het vrijgemaakte kapitaal ongeveer €27.400.
Puur vanuit directe rentebesparing verdient een investering van €25.000 zichzelf daarmee niet automatisch terug. Maar het rendement van professioneel debiteurenbeheer bestaat uit meer dan rente. Problemen worden eerder gesignaleerd, kredietlimieten worden beter bewaakt, klanten worden sneller aangesproken en commerciële collega’s kunnen eerder worden betrokken wanneer afspraken structureel worden overschreden.
Andersom kan zelfs uitstekend debiteurenbeheer niet voorkomen dat een financieel gezonde klant onverwacht insolvent raakt. De tegenstelling tussen verzekering en debiteurenbeheer is daarom kunstmatig. Debiteurenbeheer beheerst gedrag en exposure. Kredietverzekering draagt een deel van het resterende verliesrisico over.
Tabel 4 · Twee instrumenten met verschillende doelen
| Actief debiteurenbeheer | Kredietverzekering | |
|---|---|---|
| Structureel te laat betalen | Sterk | Beperkt |
| DSO verlagen | Direct doel | Indirect |
| Insolventierisico afdekken | Beperkt | Sterk |
| Kredietinformatie | Zelf organiseren | Vaak onderdeel |
| Grote onverwachte afboeking | Zelf dragen | Gedeeltelijk overdraagbaar |
Finance hoeft de commerciële beslissing niet over te nemen
Sales is verantwoordelijk voor de commerciële relatie met de klant. De verkoper kent de concurrentie, de marktpositie en de strategische waarde van een account. Finance hoeft die kennis niet te vervangen.
Maar Sales ziet een ruimere betaaltermijn gemakkelijk als iets abstracts. Een korting van €10.000 is zichtbaar in de marge. Dertig dagen extra krediet voelt veel minder concreet. Daar kan Finance waarde toevoegen. Niet door automatisch te zeggen dat een termijn van zestig dagen onacceptabel is, maar door zichtbaar te maken dat die afspraak bijvoorbeeld gemiddeld €82.000 extra werkkapitaal vraagt, welk bedrag aan financieringskosten daaraan verbonden is en hoeveel kredietrisico binnen de klantrelatie wordt opgebouwd.
Daarna ontstaat een betere commerciële discussie. Misschien is de klant die kosten ruimschoots waard. Misschien kan een leverancier eveneens later worden betaald. Misschien is een kleine prijsaanpassing mogelijk. Of misschien blijkt dat niemand ooit bewust heeft besloten de extra financiering beschikbaar te stellen.
Accepteren is óók een beslissing
Soms leidt de analyse uiteindelijk toch tot de conclusie dat de onderneming de situatie accepteert. Een grote strategische klant wil zestig dagen betalingstermijn. De commerciële waarde is groot, de kredietwaardigheid is sterk en een deel van het risico is verzekerd. Een hogere prijs is niet haalbaar en de leveranciersvoorwaarden kunnen niet verder worden opgerekt.
Dan kan het rationeel zijn om het extra werkkapitaal bewust beschikbaar te stellen. Maar er bestaat een belangrijk verschil tussen bewust accepteren en niets doen.
“Deze klant betaalt nu eenmaal altijd na zestig dagen” is geen besluit. “Deze klant vraagt structureel €82.000 extra werkkapitaal, vertegenwoordigt daardoor circa €4.100 directe financieringskosten en vanwege de commerciële waarde van de relatie is besloten deze kosten te accepteren” is dat wel. Het eerste is gewenning. Het tweede is management.
En wanneer de betaaltermijn niet eens bewust is overeengekomen, maar de klant simpelweg structureel de afspraak overschrijdt, wordt de argumentatie nog moeilijker. Dan wordt ieder jaar geld weggegeven zonder dat daar iets voor is teruggekocht.
Van ouderdomsanalyse naar echte stuurinformatie
Veel organisaties beschikken over een ouderdomsanalyse van de debiteuren. Daarop staat welke bedragen nog niet vervallen zijn, welke dertig dagen achterlopen en welke facturen al langer openstaan. Dat is nuttige informatie, maar het is nog geen volledige stuurinformatie.
Een financieel verantwoordelijke zou voor belangrijke klanten ook moeten begrijpen wat contractueel is afgesproken, wanneer werkelijk wordt betaald, waarom daarvan wordt afgeweken, hoeveel kapitaal daardoor extra vastzit en welk kredietrisico ondertussen wordt opgebouwd. Pas wanneer die informatie wordt gekoppeld aan omzet, marge en commerciële waarde ontstaat het volledige beeld.
Dan verandert de discussie van “deze klant heeft €150.000 openstaan” naar “deze klant betaalt gemiddeld dertig dagen later dan afgesproken, gebruikt daardoor structureel ongeveer €82.000 extra werkkapitaal, valt voor €175.000 binnen de kredietlimiet en levert €250.000 brutowinst op. De overschrijding wordt veroorzaakt door X en daarvoor is actie Y afgesproken.” Dat is een heel ander niveau van financieel management.
Een slecht betalende klant hoeft geen slechte klant te zijn
De oorspronkelijke vraag was wat een slecht betalende klant nu werkelijk kost. Er bestaat geen enkel bedrag dat voor iedere situatie het juiste antwoord geeft. In de fictieve Delta Trading-case vraagt de klant door dertig dagen structureel te laat betalen ongeveer €82.000 extra werkkapitaal. Bij 5 procent financieringskosten vertegenwoordigt dat ongeveer €4.100 per jaar. Bij een economische kapitaalkost van 10 procent vertegenwoordigt het kapitaalbeslag ongeveer €8.200.
Daar kunnen kosten van creditmanagement en kredietverzekering naast staan, maar die mogen niet gedachteloos bij dezelfde klant worden opgeteld. Ze beschermen tegen verschillende problemen en worden bovendien over een grotere klantenportefeuille gemaakt. De kracht zit daarom niet in één magisch bedrag achter de komma, maar in het zichtbaar maken van de afzonderlijke componenten: liquiditeit, rendement, risico en commercieel belang.
Pas wanneer die vragen gezamenlijk worden beantwoord, kan worden bepaald of een klant werkelijk duur is. Een klant kan ondanks slecht betaalgedrag nog steeds buitengewoon winstgevend en strategisch belangrijk zijn. Maar dat verandert één principe niet: winstgevendheid is geen reden om vermijdbare kosten te accepteren.
Wanneer een klant structureel later betaalt dan afgesproken, moet duidelijk worden waarom. Interne problemen moeten worden opgelost. De klant moet worden aangesproken wanneer de verantwoordelijkheid daar ligt. Een ruimere termijn moet bewust worden onderhandeld en waar mogelijk economisch worden gecompenseerd. En als uiteindelijk wordt besloten de extra kosten te accepteren, moet ook duidelijk zijn waarom.
Bronnen en methodiek
Delta Trading B.V. is volledig fictief. De omzet, brutomarge, betaaltermijnen, financieringspercentages, kredietlimieten, verzekeringsdekking en kosten van creditmanagement zijn modelaannames die uitsluitend dienen om de financiële mechanismen inzichtelijk te maken. De berekeningen gebruiken 365 dagen per jaar.
De academische en externe bronnen dienen ter duiding van de richting en context van de analyse. De uitkomsten uit onderzoek zijn niet één-op-één toepasbaar op iedere onderneming; sector, klantenportefeuille, onderhandelingsmacht, financieringsruimte en polisvoorwaarden blijven bepalend.
1. Fabbri, D. & Klapper, L. F. (2016). Bargaining power and trade credit. Journal of Corporate Finance, 41, 66-80. DOI: 10.1016/j.jcorpfin.2016.07.001.
2. Rijksoverheid (18 juni 2026). Minister Herbert: bedrijven en overheden, betaal je leveranciers op tijd. Maximale betaaltermijn voor grote ondernemingen aan mkb-ondernemingen: 30 dagen.
3. Atradius Nederland. Hoeveel kost een kredietverzekering? Indicatief 0,1% tot 0,5% van de omzet op rekening; Modula vermeldt 75% tot 90% dekking.
4. Paul, S. Y., Devi, S. S. & Teh, C. G. (2012). Impact of late payment on firms’ profitability: Empirical evidence from Malaysia. Pacific-Basin Finance Journal, 20(5), 777-792. DOI: 10.1016/j.pacfin.2012.03.004.
5. Bussoli, C. & Conte, D. (2020). Trade credit and firm profitability: moderation analysis of intercompany financing in Italy. Journal of Small Business and Enterprise Development, 27(6), 965-985. DOI: 10.1108/JSBED-04-2020-0133.
